De politie bellen
De politie heeft
een algemeen nummer.
Dat is voor het hele land:
0900 8844
Je wordt dan automatisch
doorverbonden
met de politie in jouw buurt.
De politie gaat je helpen.
Inhoudsopgave
Collega’s
4 Waarom is samenwerken belangrijk?
8 Wat moet je doen als iemand je lastig valt?
1 Collega's
Als je stage gaat lopen
of als je gaat werken
dan krijg je collega's.
Collega betekent: medewerker.
Het is iemand
waarmee je samenwerkt.Met goed samenwerken
kun je veel bereiken.Hoe doe je dat?
Misschien is dit
wel het meest belangrijk
als je stage gaat lopen
of aan het werk gaat:dat je goed omgaat met andere mensen.
Op school kun je dat al oefenen.
Daar werk je al samen
met anderen in de klas.
2 Sociale vaardigheden
Je leert:
- overleggen
- luisteren naar de mening van iemand
- je eigen mening geven
- omgaan met kritiek
- kritiek geven
- plannen maken
- afspraken maken
- afspraken op tijd nakomen
- verzorgd werk afleveren
Dat zijn voorbeelden van sociale vaardigheden.
Om goed om te gaan met anderen
heb je deze vaardigheden nodig.
Door sociale vaardigheden
word je handiger
in het omgaan met mensen.
Je weet wat je
in verschillende situaties kunt doen.Op je werk of je stage
heb je dat bijvoorbeeld nodig als je:
's morgens binnenkomt
en 's avonds weggaatmet je baas praat
met collega's praat
hulp wilt vragen
de telefoon aanneemt
de deur voor iemand open doet
een klant helpt
met collega's samenwerkt
samen met collega's eet
En wat ook heel belangrijk is!
Je weet wat je moet doen
als het even niet goed gaat.
Je kunt omgaan met kritiek,
je wordt niet boos.
Je kunt kritiek geven,
je beledigt de ander niet.
Je kunt samen met iemand een oplossing vinden,
je gebruikt kritiek op een goede manier.
Je leert van kritiek.
Op het werk of je stage
heb je niet alleen
met je eigen belang te maken.Je moet ook rekening houden
met de anderen.Je hebt respect voor de ander.
3 Verschillende collega's.
Op je werk en je stage
heb je vaak met veel mensen te maken.
Bijvoorbeeld:
je baas,
collega's,
klanten.
Die zijn allemaal verschillend :
oud of jong,
man of vrouw,
snel of langzaam,
druk of rustig,
vriendelijk of stug,
met of zonder handicap,
uit de stad of uit een dorp,
blij of bedroefd, alles kan.
Iedereen is anders.
Toch is het de bedoeling:
dat je met iedereen
goed kunt omgaandat je voor jezelf opkomt
dat je nee durft te zeggen
dat je rekening houdt
met de ander.
Als je dat kunt dan ben je assertief . Je kunt voor jezelf opkomen
met respect voor de ander.Denk altijd hieraan:
Iedereen maakt fouten.
Niemand kan alles.
Niemand is volmaakt.Of ben jij dat wel?
Iedereen heeft talenten.
Iedereen heeft iets wat hij goed kan.
Dat moet je gebruiken.Kijk naar de goede kanten van mensen.
Dan wordt het op je stage of je werk
steeds leuker.
4 Waarom is samenwerken belangrijk?
Waar je ook werkt of stage loopt:
in een fabriek,
in een winkel,
bij de fietsenmaker,
bij de plantsoenendienst,
in het magazijn,
in de keuken,
in de timmerwerkplaats
of ergens anders?
Overal is goede samenwerking nodig.
Samen met je baas
en je collega's
kun je ervoor zorgen
dat het goed gaat
met het bedrijf, de winkel
of de dienst.
Net als bij het voetballen
of andere sporten
kun je alleen iets bereiken
als je als een team samenwerkt.Je moet:
een ander helpen als dat nodig is,
op tijd een boodschap doorgeven,
hulp vragen als iets niet lukt,
zeggen als je het ergens niet mee eens bent.
![]()
![]()
Je geeft:
kritiek als het nodig is,
een compliment
als iemand iets goed heeft gedaan.Je zoekt samen met je collega's naar oplossingen.
Zo leer je er iedere keer iets nieuws bij.
5 Vooroordeel
Stage lopen en werken is leuk.
Toch gaat het soms niet goed.
Daarom moet je het volgende stuk
ook goed lezen.
Iedereen is verschillend. Collega's zijn allemaal anders,
ook al lijken ze misschien hetzlefde.Misschien is een collega:
- dik,
- van buitenlandse afkomst,
- langzaam,
- slechthorend?
Daarover hebben mensen
soms een vooroordeel.
- Een vooroordeel is een vast idee over iets.
- Dat oordeel hebben mensen
al van tevoren.- Mensen met een vooroordeel
hebben vaak een verkeerd idee over iemand.Zo'n vooroordeel kan zijn:
'Dikke mensen zijn lui.'
'Buitenlanders willen niet werken.'
'Mensen die slechthoren zijn dom.'
Een voorbeeld.
Hier lees je een voorbeeld
van een vooroordeel.‘Een Marokkaanse medewerker
neemt elke zomer vier weken vrij.
Zijn collega’s denken
dat hij ieder jaar
naar zijn familie in Marokko gaat.
Maar dat hebben ze hem
nog nooit gevraagd.Ze denken gewoon dat het zo is.
Zelf kunnen de collega’s geen 4 weken weg.
Zolang krijgen zij geen vrij van hun baas.
Zij zijn jaloers.Ze vinden dat de Marokkaanse collega
wordt voorgetrokken.
Dat vinden zij niet eerlijk.
Daarom gaan ze over hem roddelen.
Ze maken hem zwart, dat doen ze stiekem.Maar wat is er aan de hand?
De Marokkaanse collega gaat ieder jaar mee
als begeleider van fietsvakanties.Bron: De P&O’ er van de toekomst heeft oog voor diversiteit, TNO, 2004.
- Heb jij ook een vooroordeel?
- Of heb jij misschien last
van een vooroordeel van anderen?
6 Roddelen en pesten
Ook zijn er collega's die jaloers zijn.
Ze zijn jaloers op een collega:
- om een mooie auto
- om een nieuw huis
- om een verre vakantie
- of omdat iedereen die collega aardig vindt.
Mensen met vooroordelen
of mensen die jaloers zijn
gaan vaak roddelen.Ze proberen dan om hun collega
een slechte naam te geven.
Dat heet ook wel:'iemand zwart maken'.
Heb jij wel eens geroddeld?
Kwam dat door een vooroordeel?
Of was je jaloers?
Door roddelen
kan de sfeer
op het werk
heel erg vervelend worden.
Doe er niet aan mee.Je kunt je collega wel helpen.
Hoe?
- Praat er met die collega over.
- Zeg tegen de roddelaars
wat je er van vindt.- Ga naar je baas en vertel het.
Als je zelf last hebt van roddels
zeg het ook tegen je baas.Het is belangrijk dat een baas er iets aan doet.
Grote bedrijven hebben vaak
een vertrouwenspersoon.De vertrouwenspersoon
kan mensen helpen
bij problemen met collega's
zoals:
- roddelen
- pesten
- seksuele intimidatie.
Intimidatie betekent schrik aanjagen.
Schrik aanjagen, intimideren
kan op verschillende manieren:
- met een grote mond,
- met gebaren,
- door je houding,
- met wapens,
- met geweld.
![]()
![]()
![]()
7 Dit is seksuele intimidatie:
Als iemand steeds dingen zegt
of grapjes maakt die over seks gaan,
wat je niet wilt en niet fijn vindt.Als iemand iets zegt over jouw lichaam
wat je niet wilt en niet fijn vindt.
![]()
![]()
![]()
Als iemand jou dingen vraagt over seks
wat je niet wilt en niet fijn vindt.Als iemand je steeds belt
of mailtjes of sms'jes stuurt over seks,
wat je niet wilt en niet fijn vindt.
Als iemand je aanraakt
wat je niet wilt
en niet fijn vindt.Als iemand je gaat betasten
of zelfs aanrandt.Dat kan overal gebeuren:
op school,
op het werk,
op de stage,
bij je club,
in je buurt.
![]()
![]()
![]()
8 Wat moet je doen als iemand je lastig valt?
Zeg tegen de persoon die jou lastig valt
dat je het NIET wilt,
dat hij moet STOPPEN.
![]()
![]()
![]()
Zeg het tegen mensen die je vertrouwt
dat iemand je lastigvalt.
Zij kunnen je helpen.Bijvoorbeeld:
- je ouders
- vrienden
- een leraar.
Als je stage loopt
vertel het dan
aan je stagebegeleider.Als het op school gebeurt
vertel het aan je mentor.
Een werkgever, een baas,
is verplicht om je te helpen.
Vertel het dus aan je baas.Als dat allemaal niet lukt
dan kun je bij de politie
aangifte doen.
De politie bellen
De politie heeft een algemeen nummer.
Dat is voor het hele land:0900 8844
Je wordt dan automatisch doorverbonden
met de politie in jouw buurt.De politie gaat je helpen.
![]()
bij hoofdstuk 1 tot en met 4 bij hoofdstuk 5 tot en met 8.
N.a.v. info op carričretijger.nl en leren.nl. Foto's corbis.com, google.nl en flickr.com.