Werk en stage

 Inhoudsopgave

 Collega’s

1     Collega’s

2     Sociale vaardigheden

3     Verschillende collega’s

4     Waarom is samenwerken belangrijk?

bij 1t/m 4

5     Vooroordeel

6     Roddelen en pesten

7     Dit is seksuele intimidatie

8     Wat moet je doen als iemand je lastig valt?

bij 5 t/m 8

 

 

1 Collega's

Als je stage gaat lopen
of als je gaat werken
dan krijg je collega's.

Collega betekent: medewerker.

Het is iemand
waarmee je samenwerkt.

Met goed samenwerken
kun je veel bereiken.

 Hoe doe je dat?

Misschien is dit
wel het meest belangrijk
als je stage gaat lopen
of aan het werk gaat:

 dat je goed omgaat met andere mensen.

Op school kun je dat al oefenen.
Daar werk je al samen
met anderen in de klas.

   

 

2 Sociale vaardigheden

Je leert:

 Dat zijn voorbeelden van sociale vaardigheden.

Om goed om te gaan met anderen
heb je deze vaardigheden nodig.

  • Door sociale vaardigheden
    word je handiger
    in het omgaan met mensen.
     

  • Je weet wat je
    in verschillende situaties kunt doen.

Op je werk of je stage
heb je dat bijvoorbeeld nodig als je:

En wat ook heel belangrijk is!
Je weet wat je moet doen
als het even niet goed gaat.

Op het werk of je stage
heb je niet alleen
met je eigen belang te maken.

Je moet ook rekening houden
met de anderen.

 Je hebt respect voor de ander.

   

 

3 Verschillende collega's.

Op je werk en je stage
heb je vaak met veel mensen te maken.
Bijvoorbeeld:

 Die zijn allemaal verschillend :

  • oud of jong,

  • man of vrouw,

  • snel of langzaam,

  • druk of rustig,

  • vriendelijk of stug,

  • met of zonder handicap,

  • uit de stad of uit een dorp,

  • blij of bedroefd, alles kan.

 Iedereen is anders.

Toch is het de bedoeling:

Als je dat kunt dan ben je  assertief .

Je kunt voor jezelf opkomen
met respect voor de ander.

 Denk altijd hieraan:

Iedereen maakt fouten.
Niemand kan alles.
Niemand is volmaakt.

Of ben jij dat wel?

Iedereen heeft talenten.
Iedereen heeft iets wat hij goed kan.
Dat moet je gebruiken.

  Kijk naar de goede kanten van mensen.

Dan wordt het op je stage of je werk
steeds leuker.

   

 

4 Waarom is samenwerken belangrijk?

Waar je ook werkt of stage loopt:

  • in een fabriek,

  • in een winkel,

  • bij de fietsenmaker,

  • bij de plantsoenendienst,

  • in het magazijn,

  • in de keuken,

  • in de timmerwerkplaats

  • of ergens anders?

Overal is goede samenwerking nodig.

Samen met je baas
en je collega's
kun je ervoor zorgen
dat het goed gaat
met het bedrijf, de winkel
of de dienst.
Net als bij het voetballen
of andere sporten
kun je alleen iets bereiken
als je als een team samenwerkt.

Je moet:

   

Je geeft:

Je zoekt samen met je collega's naar oplossingen.
Zo leer je er iedere keer iets nieuws bij.

bij hoofdstuk 1 tot en met 4.

   

 

5 Vooroordeel

Stage lopen en werken is leuk.
Toch gaat het soms niet goed.
Daarom moet je het volgende stuk
ook goed lezen.

Iedereen is verschillend.

Collega's zijn allemaal anders,
ook al lijken ze misschien hetzlefde.

Misschien is een collega:

  • dik,
  • van buitenlandse afkomst,
  • langzaam,
  • slechthorend?

Daarover hebben mensen
soms een vooroordeel.

Zo'n vooroordeel kan zijn:

'Dikke mensen zijn lui.'


    'Buitenlanders willen niet werken.'


        'Mensen die slechthoren zijn dom.'

   

 

Een voorbeeld.

Hier lees je een voorbeeld
van een vooroordeel.

‘Een Marokkaanse medewerker
 neemt elke zomer vier weken vrij.

 

 Zijn collega’s denken
 dat hij ieder jaar
 naar zijn familie in Marokko gaat.
 Maar dat hebben ze hem
 nog nooit gevraagd.

 Ze denken gewoon dat het zo is.

 Zelf kunnen de collega’s geen 4 weken weg.
 Zolang krijgen zij geen vrij van hun baas.
 Zij zijn jaloers.

 Ze vinden dat de Marokkaanse collega
 wordt voorgetrokken.
 Dat vinden zij niet eerlijk.
 Daarom gaan ze over hem roddelen.
 Ze maken hem zwart, dat doen ze stiekem.

Maar wat is er aan de hand?

De Marokkaanse collega gaat ieder jaar mee
als begeleider van fietsvakanties.

ATB-ers uit Oldebroek

Bron: De P&O’ er van de toekomst heeft oog voor diversiteit, TNO, 2004.

   

 

6 Roddelen en pesten

Ook zijn er collega's die jaloers zijn.
Ze zijn jaloers op een collega:

Mensen met vooroordelen

of mensen die jaloers zijn

gaan vaak roddelen.

Ze proberen dan om hun collega
een slechte naam te geven.
Dat heet ook wel:

 'iemand zwart maken'.

Heb jij wel eens geroddeld?
Kwam dat door een vooroordeel?
Of was je jaloers?

Door roddelen
kan de sfeer
op het werk
heel erg vervelend worden.
Doe er niet aan mee.

Je kunt je collega wel helpen.
Hoe?

Als je zelf last hebt van roddels
zeg het ook tegen je baas.

 Het is belangrijk dat een baas er iets aan doet.

Grote bedrijven hebben vaak
een vertrouwenspersoon.

De vertrouwenspersoon
kan mensen helpen
bij problemen met collega's
zoals:

Intimidatie betekent schrik aanjagen.

Schrik aanjagen, intimideren
kan op verschillende manieren:

      

   

 

7 Dit is seksuele intimidatie:

Als iemand steeds dingen zegt
of grapjes maakt die over seks gaan,
wat je niet wilt en niet fijn vindt.

Als iemand iets zegt over jouw lichaam
wat je niet wilt en niet fijn vindt.

        

Als iemand jou dingen vraagt over seks
wat je niet wilt en niet fijn vindt.

Als iemand je steeds belt
of mailtjes of sms'jes stuurt over seks,
wat je niet wilt en niet fijn vindt.

Als iemand je aanraakt
wat je niet wilt
en niet fijn vindt.

Als iemand je gaat betasten
of zelfs aanrandt.

Dat kan overal gebeuren:

op school,
op het werk,
op de stage,
bij je club,
in je buurt.

     

   

 

8 Wat moet je doen als iemand je lastig valt?

Zeg tegen de persoon die jou lastig valt
dat je het NIET wilt,
dat hij moet STOPPEN.

        

Zeg het tegen mensen die je vertrouwt
dat iemand je lastigvalt.
Zij kunnen je helpen.

Bijvoorbeeld:

Als je stage loopt
vertel het dan
aan je stagebegeleider.

Als het op school gebeurt
vertel het aan je mentor.

Een werkgever, een baas,
is ver
plicht om je te helpen.
Vertel het dus aan je baas.

Als dat allemaal niet lukt
dan kun je bij de politie
aangifte doen.

De politie bellen

De politie heeft een algemeen nummer.
Dat is voor het hele land:

0900 8844

Je wordt dan automatisch doorverbonden
met de politie in jouw buurt.

De politie gaat je helpen.

   

                   
bij hoofdstuk 1 tot en met 4                 bij hoofdstuk 5 tot en met 8
.

 

   

N.a.v. info op carričretijger.nl en leren.nl. Foto's corbis.com, google.nl en flickr.com.