Een aardbeving heeft vaak te maken
met het schuiven
van de platen
die samen de aardkorst vormen.
Men denkt dat de buitenste laag van de
aarde
wordt gevormd door platen
die op een
onderliggende laag liggen.

plaatje van
www.users.telenet.be
Op de plaats waar twee of meer platen aan elkaar grenzen
kunnen
verschillende dingen gebeuren:
- de platen bewegen uit elkaar
- de platen worden samengedrukt
- de platen bewegen langs elkaar.
Als de platen langs elkaar
bewegen
ontstaat er een grote druk.
Als de druk te groot wordt
schuiven de platen met een schok
langs elkaar.
Dan is er dus een aardbeving.
Kijk naar de uitleg in dit filmpje.

De grens tussen twee platen van de
aardkorst
heet een
breuklijn .
Dat zijn de gele lijnen op deze kaart.

In de gebieden waar breuklijnen
liggen,
ontstaan vaak aardbevingen.
De bolletjes op de lijn zijn aardbevingen.
Deze zijn ongeveer in een maand gebeurd.
De rode aardbevingen zitten heel diep in de aarde.
De gele aardbevingen zitten dicht bij het oppervlak.
 |
Er zijn ook gebieden waar
verschillende
breuklijnen dicht bij elkaar liggen.
Dan
komt het voor dat de ene aardbeving een nieuwe
aardbeving veroorzaakt. |
Eigenlijk zijn er iedere dag
aardbevingen.
Alleen als de
aardbeving in een gebied is
waar veel mensen wonen,
dan hoor je
erover.
Kijk maar eens op dit werkblad.

 |
Op
Seniorennet.be
staan kaarten van:
- Europa
- Azië
- Amerika
- en de hele wereld.
Klik hiernaast als je wilt zien waar de laatste aardbevingen waren. |

Een aardbeving begint dus altijd
op een
speciaal punt
in de aardkorst.
Dat heet het
epicentrum.
De trillingen die daarbij ontstaan
verspreiden zich door de
aardkorst.
Het lijkt een beetje op een steentje
dat
je midden in een vijver gooit.
 |
De golven die
ontstaan, gaan in een cirkel
uit elkaar.Zo gaat het ook met de
trillingen van een
aardbeving. |
Een
aardbeving begint meestal
heel
diep in de aardkorst.
De
trillingen gaan door de hele
aardbol.
Die
trillingen heten
schokgolven
.
 |
Recht boven de
aardbevingshaard, boven het
epicentrum, zijn de schokken het sterkst.
De meeste
aardbevingen duren minder dan een minuut. Vaak trilt de aarde nog
een tijdje na. Dit noemen we naschokken.
Dit aangepaste plaatje is
van www.kennisnet.nl.
|