2 Waar is de aardbeving begonnen?
Als er een aardbeving is,
zijn er schokken
in de buurt van de aardbeving.
Deze schokken trillen verder door de aarde, door de bodem.
Bij een sterke aardbeving zijn de trillingen
heel ver weg nog te voelen.
Overal in de wereld staan apparaten
die deze trillingen voelen, optekenen en meten.Zo'n apparaat heet seismograaf.
Een seismograaf is een apparaat
waarmee de kracht van een aardbeving wordt gemeten.Hoe gaat dat precies?
Een seismograaf heeft een grote rol papier.
Daar worden 24 uur per dag alle trillingen opgetekend.
Dat gebeurt met een pennetje.Het pennetje zit vast aan een soort slinger
die gaat bewegen als er trillingen zijn.
Als de trillingen harder zijn
worden de bewegingen van de slinger groter.In Nederland staat een seismograaf van het K.N.M.I.
Dat is het Koninklijk Nederlands Metereologisch Instituut.
Het K.N.M.I. houdt zich bezig met:
- het weer
- het klimaat
- en met aardbevingen.
De seismograaf staat in de Heijmansgroeve
in Zuid-Limburg.Een seismograaf meet ook hoe ver weg de aardbeving was.
Dat zie je hieronder.
Een seismograaf meet de afstand
naar de aardbeving.Maar de aardbeving kan overal
op die afstand,
dus op de rand van de kring,
zijn geweest.Eén enkele seismograaf kan niet meten
uit welke richting de trillingen komen.Omdat overal op de wereld seismografen staan,
kan men toch uitzoeken
waar de aardbeving
precies was.
Als twee verschillende seismografen
de aardbeving hebben opgetekend
dan zijn er twee verschillende cirkels.Die twee cirkels gaan over elkaar heen.
De twee cirkels raken elkaar
op twee plaatsen.De aardbeving was dan
op één van die twee raakpunten.
Als drie seismografen
de beving hebben gemeten,
kan er ook om die derde seismograaf
een cirkel worden getrokken.Bij die drie cirkels is er altijd één punt
waar de drie cirkels elkaar raken.Op dat raakpunt is de de aardbeving begonnen.
Het heet het epicentrum.