
1. Heb
jij een baantje?
 |
Veel jongens en meisjes hebben een
baantje.
Ze werken in het weekend in een winkel.
Of ze vullen door de week
de schappen van de supermarkt.
Ook doen veel jongeren vakantiewerk! |
De meeste jongeren zijn begonnen
met
babysitten of auto's wassen.
Daarna wordt het allemaal wat 'echter'.
Ze gaan 'betaald werk' doen:
 |
- kranten bezorgen
- folders rondbrengen
- vakken vullen
- schoonmaken
- afwassen in een restaurant
|
Zo verdienen zij hun eerste eigen loon.
En... iedereen is trots
op het eerste zelf verdiende geld.

2. De kost verdienen
Het wordt allemaal wat lastiger
als je van
school gaat.
Je moet dan op zoek naar een echte baan.
 |
Voor veel
jongeren,
maar ook voor oudere mensen is het moeilijk om werk te vinden.
De werkloosheid onder jongeren is groot. |
Soms kan iemand na zijn stage
bij een bedrijf blijven werken.
Maar dat is niet altijd zo.
Dan moet je zelf werk gaan zoeken.
Dat doe je bijvoorbeeld bij het
UWV WERKbedrijf.
Als je daar kunt zeggen
dat je al een baantje hebt gehad,
kan dat gunstig zijn.
Want je hebt dan werkervaring.
Hoe
je werk zoekt en hoe je solliciteert,
kun je vinden in het deel over
'Solliciteren'.
Klik dan hier op inhoud.

3. Voordelen van
werken
Wat zijn de voordelen van werken?
- Je verdient je eigen geld.
- Je vrije dagen worden
doorbetaald.
- Je hebt echt vakantie.
- Je krijgt vakantiegeld.
- Je hebt leuke collega's.
- Je hoeft je overdag niet meer te vervelen.
- Je kunt geld sparen
(bijvoorbeeld voor
eigen woonruimte).
- Bij sommige bedrijven krijg je zelfs een
dertiende maand
(een extra maandloon in december).

Misschien weet je zelf nog een paar voordelen?

4. Vakantiedagen
 |
Als je 40 uur per week werkt, heb je recht op
20
vakantiedagen per jaar.
Werk je 25 uur in
deeltijd
dan heb je recht op 4x25=100 uur vakantie. |
In sommige bedrijven
hebben werknemers
meer vakantiedagen.
Een werknemer
heeft soms
recht op
roostervrije dagen.
Hij kan er dan
ook voor kiezen
om deze dagen toch te gaan werken.
Deze dagen worden dan uitbetaald.
Hij kan deze dagen ook werken
en de
roostervrije dagen
op een ander moment gebruiken.
 |
Bijvoorbeeld als de
werknemer
vader of moeder wordt.
De roostervrije
dagen kan hij dan gebruiken
om voor het kindje te zorgen.
|
Je kunt met de roostervrije dagen
ook sparen voor andere dingen.
Veel mensen willen dagen sparen
om eerder te kunnen stoppen met werken.
Andere mensen willen de dagen sparen
voor een lange reis.
Iedereen mag zelf kiezen
waarvoor hij de
roostervrije dagen spaart.

5. CAO
Als je bij een bedrijf of een baas gaat werken,
moet je natuurlijk weten
wat er van jou wordt verwacht.
Bijvoorbeeld:
 |
- Dat je op tijd op je werk komt.
- Dat je je werk goed doet.
- Dat je goed met je collega's samenwerkt.
- Dat je zuinig bent op de spullen van de
baas.
- Dat je je afmeldt als je ziek bent.
|
Maar je moet ook weten waar je recht op hebt.
Dat hoef je niet zelf uit te zoeken.
Daar hebben bedrijven al afspraken over gemaakt.
Veel bedrijven vallen onder een C A O.
CAO
betekent C
ollectieve
A rbeids
O vereenkomst.
 |
-
Collectieve = gezamenlijke
-
Arbeids- = werk
-
Overeenkomst = afspraak
|
In een
CAO staan de afspraken
die de vakbonden met de werkgevers
hebben gemaakt.
Een
vakbond is een organisatie
die voor zijn leden (de werknemers)
overleg heeft met de werkgevers (de bazen).
Zo hoeft niet iedere werknemer
zelf afspraken te maken met zijn baas.
De leden
van de vakbond
betalen wel iedere maand
contributiegeld.
Net als de leden van een voetbalclub
of een zangkoor.

6. Vakbond en
werkgevers
De
vakbonden en de werkgevers
maken ieder jaar afspraken
over onder andere:

 |
-
hoeveel het loon in het volgende jaar
omhoog gaat
-
hoeveel vakantiedagen
de werknemers krijgen
-
wie het loon betaalt
als de werknemer ziek is
-
hoeveel loon er wordt
doorbetaald
als de werknemer ziek is
-
op welke leeftijd werknemers
mogen
stoppen met werken
|
Als je ziek bent,
krijg je wel
minder geld,
omdat je baas iemand anders moet aannemen
om jouw werk te doen.
Vakbonden en de regering
Vakbonden zijn belangrijk.
Zij overleggen ook met de regering
over o.a. het loon en vakantiedagen.
Er zijn
verschillende vakbonden.
De bekendste zijn de FNV
en CNV.

Iedere vakbond heeft weer afdelingen.
Die afdelingen horen bij verschillende beroepen.




 |
Bijvoorbeeld:
-
in
de bouw
voor de bouwvakkers
-
in
de metaalindustrie
voor de metaalarbeiders
-
in
de haven
voor havenarbeiders
-
in
het vervoer en transport
voor chauffeurs, trambestuurders,
conducteurs enzovoort
-
in
de sport
voor sportleraren, sportinstructeurs
en trainers
-
de
detailhandel
voor winkelpersoneel
-
de
gezondheidszorg
verplegers,
ziekenverzorgenden, huishoudelijke dienst, enz.
-
de
ambtenaren en het onderwijs
-
de
politie
|
Iedere
beroepsgroep heeft speciale dingen
waarmee rekening moet worden gehouden.
Ik noem er hier een paar:
-
Hoe zwaar is het werk
voor het lichaam?
-bijvoorbeeld het tillen
-
Zijn er onregelmatige werktijden
-bijvoorbeeld ploegendiensten
-
Werken de mensen met gevaarlijke stoffen?
-bijvoorbeeld gif of verf
-
Maken de mensen nare dingen mee
-bijvoorbeeld personeel op de ambulance
-
Is
er veel stress (spanning) op het werk?

Maak het werkblad over vakbonden.

7. Ziektewet
 |
Het gebeurt iedereen weleens:
- je krijgt griep
of moet naar het ziekenhuis.
- bij het sporten
heb je een blessure gekregen.
- of je bent van de trap gevallen
en zit in het gips.
|
Iemand kan ook langdurig of ernstig ziek worden.
Wat dan?
Gelukkig is er in Nederland veel geregeld.
Ook als je ziek bent, krijg je geld.
Je loon wordt doorbetaald.
Dat is geregeld in de ziektewet.
Hoeveel geld iemand krijgt,
hangt af van de CAO afspraken
die voor zijn werk zijn gemaakt.
 |
In ieder geval heeft iedereen er
recht op
dat het loon 2 jaar wordt doorbetaald.
Je krijgt dan niet wat je normaal verdient.
De werkgever betaalt dan 70% van je loon. |
Hoeveel is 70%?
Stel
je verdient 1000 euro.
Dan krijg je als je ziek bent
nog 700 euro uitbetaald.
 |
Door CAO afspraken kan dat soms
meer zijn,
maar dan alleen in het eerste jaar
van het ziek-zijn.
Na twee jaar ziek-zijn wordt alles anders. |

8. AOW
Iedereen die 65 jaar wordt
heeft recht op een AOW uitkering.
AOW staat voor: Algemene OuderdomsWet.
Veel mensen hebben zich extra verzekerd
voor 'de oude dag'.
Zij hebben iedere maand premie betaald
voor een pensioenverzekering.
 |
Zij krijgen daardoor naast de AOW
ook een pensioen als ze 65 jaar worden.
Zo hebben ze zeker genoeg geld
om goed van te leven. |
Er zal in de komende jaren
wel veel
veranderen,
want uitkeringen en pensioenen
kosten steeds meer geld.
 |
Daarom is het verstandig
om jong te beginnen met het sparen voor je pensioen.
Dat kan ook via de werkgever. |
Vraag daarnaar als je gaat werken,
want er zijn verschillende manieren om het te regelen.

gedeeltelijk N.a.v. Erik van de Beek 's artikel
in Elsevier Thema Carrière,
mei 2004 Publicatiedatum:
18 mei 2005 met foto's van www.corbis.com en google.